Volg ons: Instagram.com/CorsoNetwerk

Column: Jan

30 nov 2019 / 5 minuten

Het is zaterdag 21 augustus 2010 wanneer Jan voor het eerst een corsowagen ziet. Jan is net samen met zijn ouders en zijn oudere broers in de Schaarweg komen wonen tussen Sint Jansklooster en Vollenhove.
 Als hij in de namiddag in de achterkamer voor de tuindeuren staat ziet hij in de verte over de Flevoweg een corsowagen rijden. Het is één van de corsowagens van het bloemencorso van Sint Jansklooster, die na het corsofestival terug rijden naar de bouwplaatsen waar ze na het weekend afgebroken gaan worden.

Hij drukt zijn neus tegen het glas van de tuindeuren om het allemaal beter te kunnen zien. Als even later een tweede wagen passeert roept hij zijn moeder. Jan’s moeder opent de tuindeuren en neemt Jan mee naar buiten. Hij tilt hem op om zo over de planten heen naar de wagens te kijken. Zijn moeder legt hem uit wat corso is en dat de wagens terugrijden om afgebroken te worden.
 “Dat is toch zonde dat ze worden afgebroken,” roept Jan.
 “Ja dat is het ook, maar volgend jaar maken ze allemaal weer een nieuwe,” antwoordt zijn moeder.
 Vanaf dat moment wist Jan het zeker. Hij werd corsobouwer.



Als er een stuk of acht wagens zijn gepasseerd en er niets meer lijkt te komen neemt zijn moeder hem weer mee naar binnen en sluit de tuindeuren. Jan stond nog een hele poos met zijn neus tegen het raam gedrukt ademloos naar buiten kijken. Een uur nadat de laatste wagen is gepasseerd geeft Jan het op. Hij pakt zijn potloden en gaat aan de keukentafel zitten. Zijn hoofd zit vol ideeën. Hij droomt er al van om ooit met een grote beker in zijn hand op het corso te staan. Al kleurend zit hij daar de hele avond tot zijn moeder zegt dat het bedtijd is. De afdruk van zijn neus en zijn kleine vingers zit nog op het glas van de tuindeuren. 

Elke dag erna als iemand hem vraagt wat hij later wil worden, antwoordt hij steevast met ‘corsobouwer’.


De week er na is het corso van Vollenhove. Jan’s moeder is ziek en kan niet heen. Ook Jan moet thuis blijven omdat hij nog te klein is om alleen heen te gaan en zal het corso van Vollenhove ook moeten missen. Jan is uiteraard erg verdrietig dat hij niet heen kan. 
Op de eerste zondag van september is het corso van Zundert; het grootste bloemencorso ter wereld. Dat is precies op de 6e verjaardag van Jan. Als verrassing belooft zijn moeder hem om er met het hele gezin naar toe te gaan. Ze maken er een weekendje weg van en vertrekken al op zaterdag vanuit de Schaarweg richting Zundert. Het is al donker als ze zaterdagavond aankomen in het hotel in de Brabantse plaats. Jan valt meteen in slaap als zijn hoofd het kussen raakt.



Het is de eerste zondag van September. Alom bekend als corsozondag in het Brabantse Zundert. Jan wordt wakker als het eerste zonlicht door een kier in de gordijnen op zijn wang schijnt in de hotelkamer waar hij met zijn gezin verblijft. In de verte hoort hij het gekletter van steigerbuizen van de tenten die worden afgebroken. Hij stapt uit bed en schuift de gordijnen helemaal open. De zon schijnt nu vol in zijn gezicht en het beloofd een mooie dag te worden. Ook de eerste wagens hebben inmiddels het zonlicht gezien.



Dit is het begin van de mooiste dag van zijn nog prille leven. Hij staat te springen voor het raam en kijkt of hij al een glimp kan opvangen van één van de wagens. Jan’s moeder is al naar beneden gelopen om broodjes te halen voor het ontbijt. Jan maakt in zijn enthousiasme ook zijn broers wakker om hen te laten weten dat de grote dag is aangebroken. Als even later op de deur wordt geklopt, trekt Jan een klein sprintje om hem open te doen. Zijn moeder staat voor de deur met beide armen vol broodjes voor het ontbijt. Ze heeft een wat bedrukt gezicht en zegt niks. 
“Wat is er aan de hand, mam?” vraagt Jan. Weer zegt zijn moeder niks.
 Jan merkt dat er iets aan de hand is maar weet nog niet wat. Zwijgzaam eet het gezin de broodjes die hun moeder heeft opgehaald.

Als Jan na het ontbijt zijn tanden heeft gepoetst hoort hij een vreemd geluid van de gang komen; het lijkt wel of er iemand zit te huilen. Op zijn tenen sluipt Jan naar de deur alsof niemand hem mag horen. Het geluid wordt duidelijker. Jan opent heel zachtjes de deur en gaat de gang op van het hotel. Nu ziet hij waar het geluid vandaan komt. Een klein meisje zit tegen de balustrade met haar gezicht tegen de knieën gedrukt te huilen. Jan loopt naar haar toe. 
“Waarom huil je?” vraagt Jan.
 Het meisje kijkt op. Nu herkent hij het meisje ineens. Het is zijn buurmeisje Evelien die naast hem woont in de Schaarweg. Evelien verteld hem dat ze niet mee naar het corso mag en daarom huilt ze. 
“Waarom mag je niet mee naar het corso dan?” vraagt Jan.
 Evelien probeert het hem uit te leggen. Niet iedereen is welkom op het corso. Soms zijn er gewoon te veel en kunnen de laatsten gewoonweg niet naar het corso. Ineens begrijpt Jan het en dringt het langzaam tot hem door waarom zijn moeder zo bedroeft keek bij het ontbijt. Zou Jan dan ook niet naar het corso mogen? Een dikke traan rolde van zijn wangen op zijn broek en maakte een donkere stip op zijn lichte spijkerbroek.
 Jan zou net als Evelien nooit een echt corso zien. Evenals de rest van de familie van Schaffelaar.



Meer corsonetwerk Berichten




Praat mee op ons forum!